ECLI:NL:CRVB:2015:1412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 7 december 2002 arbeidsongeschikt is vanwege letsel aan zijn linker heup, heeft meerdere verzoeken gedaan voor een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze verzoeken geweigerd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het laatste besluit van 19 januari 2012, dat door het Uwv op 9 juli 2012 is gehandhaafd.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat uit het medisch onderzoek bleek dat de toename van beperkingen pas vanaf 1 augustus 2009 bestond, wat buiten de vijfjaarstermijn na het einde van de wachttijd valt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank zijn gronden niet volledig had behandeld en overhandigde een rapport van een revalidatiearts, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de toename van beperkingen binnen de relevante periode lag.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat appellant niet heeft aangetoond dat zijn arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de wachttijd met meer dan 15% is toegenomen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.