ECLI:NL:CRVB:2015:1426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende bijstand wegens niet gemelde stopzetting kinderalimentatie
Appellante ontving vanaf 3 november 2006 bijstand als alleenstaande ouder waarbij maandelijks €150 in mindering werd gebracht vanwege ontvangen kinderalimentatie. In 2012 stelde de rechtbank de alimentatie met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008 op nihil. Het college stopte daarop met het in mindering brengen van alimentatie vanaf 2013. Appellante verzocht vervolgens om aanvullende bijstand over de periode 2008-2012, wat het college afwees omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in haar noodzakelijke kosten kon voorzien en omdat zij niet tijdig had gemeld dat de alimentatie was gestopt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij en haar familie contact hadden gezocht met de afdeling Werk en Inkomen, maar dit kon niet worden bewezen. De Raad oordeelde dat appellante al vóór 2008 op de hoogte was van het stoppen van alimentatie en dat zij dit had moeten melden. Het niet tijdig melden en het ontbreken van bijzondere omstandigheden rechtvaardigen geen terugwerkende aanvullende bijstand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van aanvullende bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.