ECLI:NL:CRVB:2015:1447
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit Wubo
Appellante, geboren in 1933, diende in juli 2012 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel erkend werd dat zij door oorlogsgeweld psychische klachten (chronische PTSS) had opgelopen, werd de aanvraag afgewezen omdat deze klachten niet leidden tot blijvende invaliditeit volgens de Wubo. Lichamelijke klachten werden niet aan het oorlogsgeweld toegeschreven.
In beroep stelde appellante dat het besluit niet op objectief medisch onderzoek was gebaseerd en dat onvoldoende rekening was gehouden met aanvullende huisartsinformatie. De Raad beoordeelde dat het standpunt van verweerder juist was onderbouwd met medisch advies van onafhankelijke artsen, die concludeerden dat de beperkingen niet voldeden aan de criteria voor blijvende invaliditeit volgens de AMA-rubrieken.
De Raad verwierp het argument dat de familieband tussen de onderzoekende arts en de levenspartner van appellante het onderzoek zou beïnvloeden, en vond geen aanleiding voor een nieuw medisch onderzoek. De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante beperkt waren tot één rubriek en dat de lichamelijke klachten niet causaal verband hielden met het oorlogsgeweld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.