ECLI:NL:CRVB:2015:146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restantvordering WWB wegens niet voldoen voorwaarden
Appellant is op grond van besluiten uit 1994 en 1995 verplicht een bedrag van €35.276,41 terug te betalen aan de Dienst Werk en Inkomen van Utrecht wegens onterecht betaalde bijstand door schending van de inlichtingenplicht. Sinds eind 1995 lost appellant af op deze schuld.
In 2012 verzocht appellant om kwijtschelding van de restantvordering van €24.498,62, maar het college wees dit verzoek af op grond van de Beleidsregels Terugvordering WWB, omdat appellant minder dan 50% van de hoofdsom had afgelost na vijf jaar en sprake was van verwijtbare schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er dringende redenen zijn voor kwijtschelding, zoals zijn aflossingsgeschiedenis, gezinssituatie, extra ziektekosten en bijkomende schulden. De Raad oordeelt dat het college discretionaire bevoegdheid heeft om terugvordering te doen, maar dat appellant niet voldoet aan de beleidsregels en er geen bijzondere omstandigheden zijn om daarvan af te wijken.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restantvordering wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de beleidsregels en er geen bijzondere omstandigheden zijn.