ECLI:NL:CRVB:2015:1469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-medewerking na anonieme melding verblijf in buitenland
Appellante ontving sinds 2006 bijstand en werd in 2013 onderzocht naar rechtmatigheid van haar uitkering na een anonieme melding dat zij langere tijd in Pakistan verbleef. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde een onderzoek in en riep appellante op voor gesprekken waarbij zij gevraagde gegevens moest overleggen. Appellante verscheen niet op de oproepen en verstrekte geen gegevens.
Het college schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in wegens het niet nakomen van de medewerkingsplicht. Appellante maakte bezwaar, maar de voorzieningenrechter verklaarde dit ongegrond en oordeelde dat de besluiten rechtsgeldig waren bekendgemaakt en dat appellante de gevolgen van haar nalatigheid moest dragen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet tijdig de brieven ontving en dat het college niet voldoende contact had gezocht. De Raad oordeelde dat de anonieme melding relevant en concreet was en dat het college niet verplicht was telefonisch contact op te nemen. Ook was het appellante aan te rekenen dat zij langere tijd afwezig was zonder dit te melden. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet-medewerking wordt bevestigd.