ECLI:NL:CRVB:2011:BU3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op dat hij woonde bij zijn ouders in gemeente 2. Na een anonieme tip startte het Dagelijks Bestuur een onderzoek naar zijn werkelijke woonplaats, waarbij observaties en sociale recherche werden ingezet. Uit het onderzoek bleek dat appellant feitelijk woonde in gemeente 1 bij [W.], wat hij zelf ook bevestigde.
Het Dagelijks Bestuur trok de bijstand met ingang van 1 januari 2008 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld omdat appellant zijn woonplaats niet in gemeente 2 had en daarmee zijn inlichtingenverplichting schond.
De Raad stelde vast dat het Dagelijks Bestuur bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien, zoals persoonlijke omstandigheden van appellant, werden niet erkend. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven in stand. Het Dagelijks Bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot intrekking en terugvordering bijstand worden vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.