ECLI:NL:CRVB:2015:1528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor functie assistente consultatiebureau
Appellante ontving aanvankelijk een WIA-uitkering, maar meldde zich ziek vanwege een hersentumor en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV besloot per 28 januari 2013 de ZW-uitkering te beëindigen omdat appellante geschikt werd geacht voor arbeid, namelijk de functie van assistente consultatiebureau.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen waren toegenomen, waardoor zij niet geschikt was voor die functie. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en het rapport van de verzekeringsarts voldoende onderbouwing bood.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar leverde geen nieuwe medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat het feit dat appellante later opnieuw een ZW-uitkering ontving of niet kon werken bij een kringloopwinkel niet betekent dat zij per 28 januari 2013 arbeidsongeschikt was.
De Raad benadrukte dat uit de functieomschrijving blijkt dat het optillen van kinderen door ouders wordt gedaan, waardoor dit geen beletsel vormt voor geschiktheid. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 28 januari 2013 geschikt is voor de functie assistente consultatiebureau en geen recht meer heeft op ZW-uitkering.