ECLI:NL:CRVB:2015:1529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering en geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als chauffeur, viel in maart 2010 uit wegens maagklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Tevens werd de ZW-uitkering beëindigd omdat appellant geschikt werd geacht voor bepaalde functies.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat, mede vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en uitgebreid was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken.
De medische documenten overgelegd door appellant, waaronder een Giardia lamblia infectie, konden het oordeel niet wijzigen. De Raad bevestigde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.