ECLI:NL:CRVB:2015:1531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische grondslag bevestigd
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek wegens rugklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een medisch onderzoek waarin zij als geschikt voor arbeid werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medische onderzoek zorgvuldig was en er geen objectieve medische oorzaak voor arbeidsongeschiktheid was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was het zware werk te verrichten en overhandigde aanvullende medische stukken. Het UWV handhaafde het besluit en verwees naar een rapport waarin werd gesteld dat de klachten vooral subjectief waren zonder objectieve afwijkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, dat alle klachten waren meegewogen en dat de aanvullende medische informatie niet tot een ander oordeel leidde. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische grondslag.