Uitspraak
.Appellant, daartoe opgeroepen, is verschenen. Het college, daartoe eveneens opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.E.F. Vastenhoud.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op basis van de WWB en deed op 15 augustus 2012 een aanvraag om bijzondere bijstand voor gezinshulp, met een bedrag van €1.500,-. Het college vroeg nadere gegevens op, waaronder bankafschriften en salarisspecificaties, om de aanvraag te beoordelen. Omdat appellant niet alle gevraagde gegevens verstrekte, wees het college de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de aanvraag terecht als algemene bijstand was aangemerkt en dat de verstrekte gegevens onvoldoende waren. Appellant stelde in hoger beroep dat het ging om bijzondere bijstand en dat het college onterecht om gegevens vroeg over de periode van verblijf van zijn echtgenote in het buitenland.
De Raad oordeelde dat de aanvraag terecht als algemene bijstand was gekwalificeerd, omdat bijzondere bijstand niet kan worden verleend voor kosten van levensonderhoud. Tevens concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende gegevens had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Verder was geen sprake van ingebrekestelling, zodat geen dwangsom kon worden toegekend. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende gegevensverstrekking en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.