ECLI:NL:CRVB:2015:1545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bijzondere bijstand WWB
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen een beslissing op bezwaar inzake bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betrof de vraag of het hoger beroep tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken. De Raad oordeelde dat de beroepstermijn liep van 18 juli 2014 tot 28 augustus 2014. Hoewel het beroepschrift op 1 september 2014 werd ontvangen, was het volgens de poststempel op de enveloppe op 29 augustus 2014 ter post bezorgd, dus na afloop van de termijn.
Appellant voerde aan dat het beroepschrift op de laatste dag van de termijn vóór middernacht in de brievenbus was gedeponeerd en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin ontvangst op een werkdag na afloop van de termijn nog als tijdig werd beschouwd. De Raad stelde echter dat het datumstempel van PostNL als bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk vóór het einde van de termijn was ter post bezorgd.
Omdat het beroep niet tijdig was ingediend, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de gronden. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.