ECLI:NL:CRVB:2015:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling bijstandsaanvraag wegens onvolledige gegevens
Appellante diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarbij zij onder meer verklaarde vennoot te zijn geweest van een onderneming en mede-eigenaar van een woning. Het college verzocht haar om aanvullende gegevens, waaronder informatie over haar toe- en uittreding als vennoot en een WOZ-beschikking van de woning. Appellante leverde niet alle gevraagde stukken binnen de gestelde termijn aan.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij redelijkerwijs niet over de gevraagde gegevens kon beschikken en dat haar situatie afwijkend was.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk binnen de hersteltermijn toegang had kunnen krijgen tot de gevraagde gegevens, bijvoorbeeld door een digitaal exemplaar van de WOZ-beschikking op te vragen of het college om uitstel te verzoeken. De Raad concludeerde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2015.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.