ECLI:NL:CRVB:2015:1576
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij herziening bijstandsuitspraak
Verzoekster heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de hoogte van een toeslag op bijstand. Zij stelde dat haar woonruimte als zelfstandige woning moet worden aangemerkt en dat zij de kosten van het bestaan niet kan delen met haar moeder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening spoedeisend is vanwege een dreigende executieveiling van de woning. Echter, het verzoek tot herziening kan alleen worden toegewezen als er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voor de Raad niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Uit de stukken blijkt dat verzoekster deze argumenten al eerder heeft aangevoerd en dat de Raad deze heeft meegewogen in haar eerdere uitspraak. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 20 mei 2015.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.