ECLI:NL:CRVB:2015:1586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben - de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als receptioniste, viel uit wegens pijnklachten aan linkerarm, schouder en been. Na medisch onderzoek door het UWV werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen WIA-uitkering kreeg toegekend. Een bezwaarprocedure leidde tot een bevestiging van dit besluit, waarbij een arbeidskundige concludeerde dat appellante passende functies kon verrichten zonder verlies van verdiencapaciteit.
Appellante stelde dat haar beperkingen, mede door de diagnose dunne vezelneuropathie, zwaarder waren dan vastgesteld en dat zij niet in staat was de voorgestelde functies te verrichten. De Raad liet een onafhankelijke neuroloog een deskundigenrapport opstellen, waarin werd geconcludeerd dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst passend waren en dat de geselecteerde functies medisch verantwoord waren.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was en dat er geen reden was om het oordeel van het UWV te wijzigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd, waarmee het hoger beroep van appellante werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.