ECLI:NL:CRVB:2015:1594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIA-uitkering wegens vergoeding niet opgenomen vakantiedagen
Appellante was tot 1 augustus 2009 in dienst als projectcoördinator en ontving vanaf 12 augustus 2008 een WIA-uitkering na ziekmelding. In augustus 2009 betaalde haar voormalige werkgever een vergoeding uit voor niet opgenomen vakantiedagen. Het UWV herzag daarop de uitkering over augustus 2009 en vorderde €1.862,23 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de vakantievergoeding als loon uit het dienstverband moet worden beschouwd en dus in mindering mag worden gebracht op de uitkering. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep en wijst het beroep van appellante af.
Appellante stelde subsidiair dat terugvordering tot onbillijkheid leidt, maar dit is niet onderbouwd. De Raad ziet geen reden tot proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WIA-uitkering wegens vergoeding niet opgenomen vakantiedagen.