ECLI:NL:CRVB:2015:1600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geschiktheid voor arbeid als beveiliger na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel op 4 augustus 2011 uit voor zijn werkzaamheden als beveiliger en was sinds 1 september 2011 werkloos. Op 31 oktober 2012 werd hij onderzocht door een verzekeringsarts van het UWV, die concludeerde dat appellant vanaf 5 november 2012 geschikt was voor zijn arbeid.
Het UWV verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond, gesteund op een aanvullend rapport van een verzekeringsarts van 4 december 2012. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en rekening hield met gegevens van de huisarts en psycholoog.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de psychiater Doorakkers in augustus 2013 forse beperkingen constateerde, waardoor appellant niet belastbaar zou zijn. De Raad overwoog echter dat deze latere situatie niet zonder meer kan worden teruggeprojecteerd op de datum in geding, 5 november 2012. De verzekeringsarts had immers overtuigend gemotiveerd waarom appellant toen geschikt was voor zijn werk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geschikt is voor arbeid als beveiliger wordt bevestigd.