ECLI:NL:CRVB:2015:161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet overleggen gegevens
Appellant ontving sinds 1999 bijstand op grond van de WWB. Na meerdere keren zonder bericht niet te zijn verschenen op gesprekken, werd hij op 29 juni 2012 opgeroepen voor een gesprek waarbij hij bankafschriften moest overleggen. Hoewel hij op de afspraak verscheen, weigerde hij de gevraagde gegevens te verstrekken en liep hij weg.
Het college schortte daarop de bijstand op en gaf appellant de gelegenheid het verzuim te herstellen. Na het niet verschijnen op een vervolgafspraak op 2 juli 2012, werd de bijstand ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 29 juni 2012. Tevens werd een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het college terecht uitging van tijdige ontvangst van de oproep, dat appellant zijn verzuim niet aannemelijk kon verklaren en dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet overleggen van gegevens wordt bevestigd.