ECLI:NL:CRVB:2015:1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid ondanks psychische klachten
Appellante was werkzaam als medewerkster bedrijfscatering en meldde zich ziek vanwege nek-, schouder- en armklachten. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 6 maart 2013 omdat zij volgens een verzekeringsarts weer geschikt was voor haar eigen werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische klachten haar verhinderen haar werk te verrichten en overhandigde een verklaring van een psychotherapeutische instelling. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hebben gedaan, waarbij ook informatie van behandelend specialisten is betrokken, en voldoende hebben gemotiveerd waarom appellante haar maatgevende arbeid kon verrichten.
De nieuw ingediende psychotherapeutische verklaring geeft geen wezenlijk ander beeld dan reeds bekend was. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beëindigen van het ziekengeld bevestigd.