ECLI:NL:CRVB:2015:1631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering na auto-ongeval
Appellante raakte op 9 mei 2011 betrokken bij een auto-ongeval en viel uit voor haar werk vanwege klachten aan nek, schouders, arm, been, hoofdpijn en misselijkheid. Na beëindiging van haar dienstverband in april 2012 werd zij ziek uit dienst gemeld en ontving zij een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 7 augustus 2012 op basis van een onderzoek door een verzekeringsarts die haar als geschikt voor arbeid achtte.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij door lichamelijke en psychische klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis, niet in staat was haar werk te verrichten. Zij overhandigde aanvullende medische rapporten. Het UWV betoogde dat deze gegevens reeds in het dossier aanwezig waren en dat zij geen aanleiding gaven om de geschiktheid te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig en vindt dat de medische rapporten in hoger beroep geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Appellante is niet meer verschenen bij de zitting en heeft niet gereageerd op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad concludeert dat appellante per 7 augustus 2012 geschikt was voor haar eigen arbeid en dat het bestreden besluit terecht is genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.