ECLI:NL:CRVB:2015:164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding lening en bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant had een lening van circa €6.000,- uit hoofde van het Bbz 2004 voor bedrijfskapitaal en verzocht om kwijtschelding hiervan. Tevens vroeg hij bijstand ter voorziening in algemeen noodzakelijke kosten, woonkosten en bedrijfskapitaal. Het college wees deze verzoeken af omdat het bedrijf niet levensvatbaar was.
Een deskundige instantie, Friedeberg Consultancy B.V. (FCBV), bracht advies uit waarin werd geconcludeerd dat het bedrijf van appellant niet levensvatbaar was. Dit oordeel was gebaseerd op matige ondernemerscapaciteiten, onvoldoende bedrijfsformule, matige marktsituatie en concurrentiepositie, en een dalende omzet. Appellant voerde aan dat hij met investeringen de omzet kon verhogen, maar dit werd door FCBV niet aannemelijk geacht.
De Raad overwoog dat het college slechts kan afzien van terugvordering bij dringende redenen, die hier niet aanwezig waren. Het advies van FCBV was zorgvuldig en de eigen verwachtingen van appellant onvoldoende om bijstand toe te kennen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van kwijtschelding en bijstand bevestigd wegens niet-levensvatbaar bedrijf.