Uitspraak
OVERWEGINGEN
- Op 7 maart 2012 heeft de dochter van appellanten een bedrag van € 235,- betaald aan een reisorganisatie ten behoeve van een vliegticket voor appellante;
- Op 9 juli 2012 heeft de dochter van appellanten een bedrag van € 385,- betaald aan de Belastingdienst ter voldoening van de door appellant verschuldigde wegenbelasting;
- Op de bankrekening van appellant is op 5 maart 2012 een bedrag van € 350,- gestort en op 11 juni 2012 een bedrag van € 400,-, waarvan appellanten de herkomst niet kunnen verklaren;
- De dochter van appellanten heeft op 30 april 2012, op 7 juli 2012 en op 31 augustus 2012 steeds een bedrag van € 500,- overgemaakt op de rekening van appellant;
- In de maand juli 2012 heeft de dochter van appellanten hen een bedrag van € 1.000,- contant gegeven als bijdrage in de kosten van hun vakantie naar Turkije.