ECLI:NL:CRVB:2014:3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens niet melden structurele bijdragen zus
Appellante ontvangt sinds 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat haar zus vanaf 2010 maandelijks €100,- overmaakte, wat appellante niet meldde aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur herzag daarom de bijstand over de eerste helft van 2012 en vorderde teveel betaalde bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de betalingen van de zus als inkomen moeten worden aangemerkt en dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het om een lening ging die zij moest terugbetalen, waardoor de betalingen geen inkomen zouden zijn.
De Raad oordeelt dat periodieke betalingen, ook als lening, als inkomen worden beschouwd en dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door dit niet te melden. Het dagelijks bestuur was bevoegd de bijstand te herzien. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstand terecht is herzien wegens het niet melden van structurele bijdragen van de zus als inkomen.