ECLI:NL:CRVB:2015:167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening aflossingscapaciteit bij terugvordering bijstand door onjuiste woonkostenberekening
Appellante werd geconfronteerd met een terugvordering van teveel betaalde bijstand en het college stelde haar aflossingscapaciteit vast op € 65,15 per maand. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze vaststelling ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het college de beslagvrije voet te laag had vastgesteld en de woonkosten onjuist had berekend, omdat de servicekosten niet waren meegenomen.
De Raad oordeelt dat het college terecht uitging van het bijstandsnormbedrag inclusief toeslagen en de alleenstaande ouderkorting als inkomen meerekende. Wel is vastgesteld dat de servicekosten van € 33,26 niet zijn meegenomen bij de woonkosten, terwijl deze volgens de Wet op de huurtoeslag wel in aanmerking moeten worden genomen.
Hierdoor is de aflossingscapaciteit onjuist vastgesteld. De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt de aflossingscapaciteit per 1 juni 2012 vast op € 31,93 per maand. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De aflossingscapaciteit van appellante wordt vastgesteld op € 31,93 per maand en het bestreden besluit wordt vernietigd.