ECLI:NL:CRVB:2015:1672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling omvang WW-uitkering ondanks vrijwilligerswerk
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV werd herzien en verhoogd op basis van een berekening van zijn arbeidsuren. Appellant voerde aan dat hij naast zijn betaalde baan ook 8 uur per week als vrijwilliger werkte, wat volgens hem ten onrechte niet was meegenomen bij de berekening van zijn WW-recht.
De Raad oordeelde dat volgens de destijds geldende wettelijke bepalingen alleen betaalde arbeidsuren in dienstbetrekking meetellen voor de vaststelling van het recht op WW-uitkering. Vrijwilligerswerk valt hier niet onder omdat het niet in dienstbetrekking wordt verricht.
Het UWV had het gemiddeld aantal arbeidsuren correct vastgesteld op basis van gegevens uit Suwinet, en appellant kon geen objectieve gegevens overleggen die dit tegenspraken. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit in het openbaar op 13 mei 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.