ECLI:NL:CRVB:2015:168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reeds betaalde taxikosten
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor taxikosten van €1.676,00 gemaakt in de periode juni tot en met september 2012, vanwege bezoeken aan zijn echtgenote in een verpleeghuis. De aanvraag werd ingediend op 18 juni 2013, ruim na het maken en betalen van de kosten.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de kosten reeds voldaan waren vóór de aanvraag, waardoor er geen noodzaak voor bijzondere bijstand bestond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betwist appellant dat de kosten reeds voldaan waren en stelt dat hij de kosten heeft voorgeschoten. De Raad oordeelt dat de rechtbank binnen de procesomvang heeft gehandeld en dat volgens artikel 35 WWB Pro bijzondere bijstand niet wordt toegekend voor kosten die ten tijde van de aanvraag al zijn voldaan.
De Raad bevestigt dat de kosten zich hebben voorgedaan vóór de aanvraag en dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor taxikosten die reeds vóór de aanvraag zijn voldaan, wordt afgewezen.