ECLI:NL:CRVB:2015:1693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening terugvordering bijstand op grond van kentekenregistraties
De zaak betreft een hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam over de intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant over de periode van maart 2002 tot en met december 2011.
De Raad stelde in een tussenuitspraak vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat transacties met voertuigen onder nummers 1 tot en met 28 op de kentekenlijst daadwerkelijk hadden plaatsgevonden in de betreffende maanden. Het college heeft daarop een nieuw besluit genomen waarin deze kentekens buiten beschouwing werden gelaten, wat leidde tot een verlaging van het teruggevorderde bedrag.
Appellant betoogde dat ook de intrekking over oktober 2003 en april 2004 onjuist was omdat het college ten onrechte voertuigen had betrokken die eerder waren uitgesloten. De Raad bevestigde dit en vernietigde het besluit voor zover het deze maanden betrof. Tevens werd het bedrag van de terugvordering vastgesteld op €30.059,50. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over de intrekking en terugvordering bijstand voor oktober 2003 en april 2004 en stelt het teruggevorderde bedrag vast op €30.059,50.