ECLI:NL:CRVB:2015:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verrichtte sinds juni 2011 werkzaamheden bij een Stichting zonder deze inkomsten te melden aan het college. Het college herzag haar bijstand en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij een aantal uren met behoud van uitkering mocht werken en beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere stage-inkomsten die niet werden gekort.
De Raad stelde vast dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar werkzaamheden en inkomsten niet hoefde op te geven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het bevoegde orgaan. Bovendien was het dienstverband anders dan de stagewerkzaamheden. Het college was bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen over de periode juni tot en met december 2011.
Het hoger beroep slaagde niet, en de Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden en de bijstand terecht is herzien en teruggevorderd.