ECLI:NL:CRVB:2015:1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in hoger beroep bijzondere bijstand tandartskosten
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Heerlen, had het verzoek van betrokkene om bijzondere bijstand voor tandartskosten aanvankelijk afgewezen. Na bezwaar werd bijzondere bijstand toegekend, evenals een vergoeding voor rechtsbijstand. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Appellant stelde in hoger beroep dat deze veroordeling onjuist was, omdat de rechtbank geen aanknopingspunt had voor deze kostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte tot deze veroordeling was gekomen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op de proceskosten en griffierecht en wees een veroordeling in hoger beroep in deze kosten af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2015 door C. van Viegen, in aanwezigheid van griffier J. Meijer.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de kostenveroordeling van de rechtbank en wijst de proceskostenveroordeling in hoger beroep af.