Uitspraak
1 augustus 2013, 12/3954 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 21 december 2011 een aanvraag om bijstand ingediend terwijl hij nog geregistreerd stond als medevennoot van een onderneming. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen om het recht op bijstand vast te stellen. Appellant betwistte dit en verwees onder meer naar een koopovereenkomst van zijn onderneming uit 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt wanneer de overdracht van de onderneming heeft plaatsgevonden en wanneer en waaraan de koopprijs van € 25.000,- is besteed. De inconsistenties in verklaringen en het ontbreken van concrete bewijsstukken leiden tot onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie.
De Raad bevestigde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook het feit dat appellant later bijstand kreeg toegekend vanwege het tijdsverloop, leidt niet tot een ander oordeel voor de periode in kwestie. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende financiële gegevens.