ECLI:NL:CRVB:2015:172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Correctie proceskostenvergoeding bij schriftelijke zienswijze in WWB-procedure
Betrokkene diende op 21 juni 2012 een aanvraag bijzondere bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na het niet tijdig nemen van een besluit stelde betrokkene appellant in gebreke en startte beroep tegen het uitblijven van een beslissing. De rechtbank Rotterdam wees proceskosten toe aan betrokkene, waarbij zij onder meer 1 punt toekende voor een schriftelijke zienswijze van betrokkene.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze toekenning, stellende dat de rechtbank ten onrechte 1 punt had toegekend voor de brief van 28 januari 2013, die een schriftelijke zienswijze na inlichtingen betrof. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een dergelijke schriftelijke zienswijze slechts 0,5 punt toekwam.
De Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis dat de proceskostenveroordeling betrof en stelde de proceskostenvergoeding vast op € 590,-, gebaseerd op 1 punt voor het beroepschrift, 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor van 0,5. Een proceskostenveroordeling in hoger beroep werd niet toegewezen.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 590,- in plaats van het hogere bedrag dat de rechtbank had toegekend.