ECLI:NL:CRVB:2015:1732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Uitbetaling van opgebouwde verlofuren aan ambtenaar na beëindiging dienstverband
Betrokkene was ambtenaar bij de Universiteit van Amsterdam en had een complex dienstverband met verschillende functies. Na reorganisaties en het opheffen van het instituut werd betrokkene als ontslagbedreigde in een transitieorganisatie geplaatst. Hij kreeg ontslag op eigen verzoek en trad in dienst bij een stichting.
Betrokkene verzocht om uitbetaling van 692 openstaande verlofuren, waarvan een deel in het kader van het Meerjaren spaarmodel was opgebouwd. Appellant weigerde dit verzoek, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en gedeeltelijke uitbetaling gelastte.
In hoger beroep betwistte appellant dat betrokkene niet in de gelegenheid was verlof op te nemen, maar de Raad oordeelde dat betrokkene het reguliere verlof niet had aangevraagd, maar dat het voor het langdurige verlof uit het spaarmodel niet mogelijk was dit voorafgaand aan het ontslag op te nemen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant 466 verlofuren moet uitbetalen, minus reeds betaalde 445 uren, tegen het uurloon van €44,43 vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant moet 466 verlofuren uitbetalen minus reeds betaalde uren, vermeerderd met wettelijke rente.