ECLI:NL:CRVB:2015:174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Appellante vroeg bijstand aan op 6 juli 2012. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens over kasstortingen. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog inhoudelijk beoordeeld en afgewezen omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de contante stortingen een lening betroffen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde aan dat het niet aantonen van leningen niet betekent dat zij niet bijstandbehoevend is, onderbouwd met stukken over haar financiële situatie en schulden.
De Raad oordeelde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij appellante ligt en dat zij geen juiste en volledige informatie heeft verstrekt over de kasstortingen. De stortingen moeten als middelen worden beschouwd waarover zij kon beschikken, waardoor het college terecht oordeelde dat zij niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.