ECLI:NL:CRVB:2015:1771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en recht op Wajong-uitkering afgewezen door Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht het UWV om een Wajong-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat appellant beperkingen heeft, maar dat hij in staat is ten minste 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen, waardoor geen recht op Wajong-uitkering bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer met een rapport van een klinisch psycholoog en een hernia. De Raad concludeerde dat de rechtbank de gronden van appellant afdoende heeft besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. De medische gegevens en rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ondersteunen het oordeel dat appellant niet arbeidsongeschikt is per 17/18-jarige leeftijd en einde studie.
De Raad wees ook het beroep af dat geen rekening werd gehouden met de hernia, omdat appellant dit niet met medische gegevens onderbouwde. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant heeft geen recht op Wajong-uitkering.