ECLI:NL:CRVB:2015:1778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 22 februari 2010 uit vanwege klachten aan de rechterschouder en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische en arbeidskundige rapporten een deugdelijke grondslag boden voor het besluit van het UWV. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en overhandigde aanvullende medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in hoger beroep geen nieuwe objectiveerbare medische stukken had overgelegd die aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant geschikt is voor de geduide functies en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.