ECLI:NL:CRVB:2015:178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen bijstandaanvraag wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellant heeft op 9 november 2011 bijstand aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Het college heeft appellant meerdere malen verzocht om bankafschriften aan te leveren die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Ondanks een hersteltermijn tot uiterlijk 29 december 2011 heeft appellant deze stukken niet verstrekt.
Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij contact had gezocht voor uitstel en dat hij niet redelijkerwijs over de bankafschriften kon beschikken vanwege een adreswijziging die niet aan de bank was doorgegeven. De Raad vond echter geen bewijs voor het contact over uitstel en oordeelde dat appellant zijn stelling onvoldoende had onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van de benodigde gegevens.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van bankafschriften.