ECLI:NL:CRVB:2015:1781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om een WAO-uitkering nadat deze in 1985 was ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot onder 15%.
Het UWV heeft deze verzoeken telkens afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die een herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en de Raad van Beroep heeft dit oordeel bekrachtigd.
De Raad overwoog dat de aanvraag van appellant niet voldoet aan de eisen van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de onderbouwing niet toereikend was en de medische gegevens die appellant in hoger beroep aanvoerde niet in aanmerking konden worden genomen.
Het verzoek om herziening voor de toekomst was niet tijdig en voldoende gemotiveerd ingediend, waardoor het UWV terecht geen nieuw onderzoek hoefde te doen en het besluit van 1985 kon handhaven.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag om WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.