ECLI:NL:CRVB:2015:2
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, die sinds 1990 arbeidsongeschikt was verklaard wegens longklachten, kreeg in 1992 zijn WAO-uitkering ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot onder de 15%. Hij verzocht herhaaldelijk om terugkomst van dit besluit, maar zonder nieuwe feiten of omstandigheden werd dit steeds afgewezen. Na een laatste afwijzing in 2012 stelde appellant beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep handhaaft appellant zijn standpunt en overlegt medische stukken uit 1992 en 2012. De Raad stelt vast dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het oorspronkelijke besluit omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. De medische stukken die appellant in hoger beroep overlegt, zijn niet tijdig ingebracht en worden daarom niet betrokken bij de beoordeling.
De Raad verduidelijkt de criteria voor beoordeling van herhaalde aanvragen bij doorlopende aanspraken en benadrukt dat een aanvraag voldoende onderbouwd moet zijn met nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat appellant niet aan deze bewijslast heeft voldaan, is het bestreden besluit terecht gehandhaafd. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.