ECLI:NL:CRVB:2015:1802
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met psychische beperkingen
Appellante, voormalig ambulant begeleidster, ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van meer dan 80%. Na een herbeoordeling in 2011 beëindigde het UWV haar uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante stelde dat haar belastbaarheid was overschat en dat werkhervatting tot psychische decompensatie zou leiden.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater, Van Marle, die concludeerde dat appellante in oktober 2011 herstellende was van een psychische decompensatie en dat werkhervatting een reëel risico op verergering van haar klachten zou betekenen. Deze conclusie werd ondersteund door eerdere rapporten van andere psychiaters.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met deze psychische beperkingen en het risico op decompensatie. Daarom is het bestreden besluit niet op een juiste medische grondslag gebaseerd. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herzien in overeenstemming met het deskundigenoordeel.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien en de medische grondslag aan te passen in overeenstemming met het deskundigenoordeel.