ECLI:NL:CRVB:2016:25
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard in WIA-uitkeringszaak met proceskostenveroordeling
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WIA-uitkering. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak en voegt toe dat een verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellante vanaf 26 oktober 2011 volledig arbeidsongeschikt is, met een herbeoordeling per 1 januari 2015 voor passend werk.
Het Uwv heeft op 30 juni 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het aan appellante ongewijzigd recht op een WGA-uitkering toekent. De Raad stelt vast dat met deze beslissing geheel aan de bezwaren van appellante is voldaan, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief kosten voor ingeschakelde deskundigen, begroot op in totaal € 5.381,43. Tevens wordt het griffierecht van € 157,- vergoed. De uitspraak is gedaan door voorzitter T.L. de Vries op 8 januari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.