ECLI:NL:CRVB:2015:1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en redelijkheid voorziening werkgever
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit vast dat hij per 8 februari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. De rechtbank achtte het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en vond geen reden om de beperkingen van appellant te onderschatten. Ook concludeerde zij dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat een werkgever redelijkerwijs een elektrische palletwagen moet aanschaffen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn hoofdpijnklachten en dat de functies medisch ongeschikt waren, met name vanwege zijn eenoogigheid, kniepijn en het risico op verergering van klachten. Tevens stelde hij dat de aanschaf van een elektrische palletwagen niet van de werkgever kan worden verlangd.
De Raad oordeelde dat de gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren die door de rechtbank terecht waren verworpen. Er was geen aanleiding het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig te achten, mede omdat appellant zijn hoofdpijnklachten niet had gemeld tijdens het onderzoek en de hoorzitting. De Raad onderschreef dat de geselecteerde functies passend waren en dat het inzetten van een duw- en trekhulp, zoals een elektrische palletwagen, redelijk van de werkgever kan worden verlangd. Nieuwe medische informatie ter onderbouwing van appellants standpunt werd niet ingebracht.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.