Uitspraak
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Stals. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant vorderde een WIA-uitkering, maar het UWV stelde vast dat hij met ingang van 8 februari 2007 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank Almelo verklaarde het beroep eveneens ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld.
De rechtbank vond dat de medische beperkingen van appellant, waaronder whiplash en ziekte van Bechterew, adequaat waren meegenomen en dat aanvullende beperkingen vanwege geheugen- en concentratieproblemen terecht waren aangenomen. De rechtbank verwierp het standpunt van appellant dat neurofeedback-training zijn klachten voldoende zou objectiveren en vond geen aanwijzingen voor psychiatrische ziektebeelden of noodzaak tot urenbeperking.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid voor de voorgelegde functies werd onderschreven. De Raad oordeelde dat het beroep van appellant op jurisprudentie omtrent onduidelijke ziektebeelden niet slaagde, omdat geen eenduidige medische consensus bestond over zijn arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de aanschaf van een elektrische palletwagen redelijk is en dat de kosten daarvan geen reden zijn om het besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellant heeft geen recht op WIA-uitkering.