ECLI:NL:CRVB:2015:1839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie persoonlijke verzorging op grond van AWBZ
Appellant, bekend met nefrotisch syndroom en spondylitis ankylopoetica, vroeg op 23 juni 2009 een indicatie persoonlijke verzorging aan bij het CIZ op grond van de AWBZ. Het CIZ wees de aanvraag af, behalve een tijdelijke indicatie uit coulance.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij het medisch advies van de arts Van Bork en de verklaring van de reumatoloog meenam in haar oordeel. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat hij recht had op persoonlijke verzorging.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant vooral mobiliteitsproblemen betreffen die met voorliggende voorzieningen kunnen worden opgevangen. Revalidatie was mogelijk en noodzakelijk, maar appellant had deze niet voortgezet zonder medische noodzaak. Daarom was het besluit van het CIZ terecht en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de indicatie persoonlijke verzorging wordt bevestigd.