Appellant meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een WIA-uitkering. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 67%, later bijgesteld naar 73,82%. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en verzocht om vergoeding van de kosten in bezwaar.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV ten onrechte de kosten in bezwaar niet heeft vergoed, omdat de wijziging van de arbeidsongeschiktheid een wijziging van de rechtspositie betekent en daarmee herroeping inhoudt.
De Raad beoordeelde ook de mate van arbeidsongeschiktheid op twee data, waarbij een onafhankelijke psychiater een persoonlijkheidsstoornis en depressieve stoornis constateerde. De Raad volgt het UWV in de conclusie dat de beperkingen passend zijn binnen de mogelijkheden van appellant en handhaaft de vaststelling van 73,82% arbeidsongeschiktheid.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het de kostenvergoeding betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de kosten in bezwaar en proceskosten, terwijl het beroep voor het overige ongegrond wordt verklaard.