ECLI:NL:CRVB:2015:1877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekering AOW wegens toepassing Belgisch recht vanaf 1994
Appellant, geboren in 1947, woonde tot 1994 in Nederland en daarna in België. Vanaf 17 december 1994 was op zijn situatie Belgisch recht van toepassing op grond van artikel 14bis, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 1408/71. Hierdoor was hij niet verzekerd voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) in Nederland.
Hoewel appellant tussen 1994 en 2009 als zelfstandige inkomsten genoot in Nederland en België en premies volksverzekeringen heeft betaald, was dit onterecht. De Belastingdienst hield ten onrechte premies in, maar dit leidt niet tot verplichte verzekering voor de AOW. Appellant heeft verzocht om een grotere teruggave van deze premies en om alsnog als verzekerd te worden beschouwd, maar dit verzoek is afgewezen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het risico van de onjuiste premie-inhouding bij appellant ligt en dat het verzoek om teruggaaf met een langere terugwerkende kracht buiten de reikwijdte van het geding valt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-verzekering voor de AOW vanaf 17 december 1994 wordt bevestigd.