ECLI:NL:CRVB:2015:1886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op oproep
Appellant ontving sinds januari 2013 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellant opgeroepen voor gesprekken, waarop hij niet is verschenen. Na een opschortingsbesluit van 13 november 2013, waarin appellant werd opgeroepen te verschijnen op 18 november 2013, heeft het college de bijstand ingetrokken omdat appellant ook daarop niet is verschenen.
Appellant voerde aan het opschortingsbesluit niet te hebben ontvangen, mede omdat hij in de periode augustus tot november 2013 in Marokko verbleef. De Raad oordeelde echter dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit persoonlijk op het adres van appellant was bezorgd, waarbij de klantmanager een gedetailleerde beschrijving gaf van de situatie ter plaatse. Bovendien had appellant onvoldoende maatregelen getroffen om post tijdens zijn afwezigheid te laten beheren.
De Raad concludeerde dat het appellant niet kan worden verweten dat hij niet tijdig medewerking heeft verleend, en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verschijnen op de oproep wordt bevestigd.