ECLI:NL:CRVB:2015:1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak inzake Ziektewetuitkering
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van 15 mei 2013, waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering te beëindigen ongegrond werd verklaard.
Verzoeker stelde dat de Raad ten onrechte geen rekening had gehouden met een rapport van Instituut Psychosofia en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende was, wat een herziening zou rechtvaardigen. De Raad beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad concludeerde dat het verzoek neerkomt op een hernieuwde discussie over de verzekeringsgeneeskundige grondslag, hetgeen niet is toegestaan. De brief van Instituut Psychosofia bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding en proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2015.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.