ECLI:NL:CRVB:2015:1950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.T. Boerlage
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loonsuppletie na afloop arbeidsovereenkomst en weigering dwangsom
Appellant diende op 6 maart 2012 een aanvraag in voor loonsuppletie op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs (BBWO). Na een ingebrekestelling op 1 mei 2012 besloot de minister op 7 mei 2012 tot toekenning, welke beslissing op 7 juni 2012 werd gewijzigd met een andere ingangsdatum en lager bruto salaris. Tevens beëindigde de minister op 7 juni 2012 het recht op loonsuppletie per 5 juli 2012, omdat appellant geen werkzaamheden meer verrichtte en de arbeidsovereenkomst afliep.
Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beëindiging van de loonsuppletie ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat appellant na 5 juli 2012 geen recht meer had op loonsuppletie.
In hoger beroep stelde appellant dat de motivering van het beëindigingsbesluit ondeugdelijk was en dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om schadevergoeding had afgewezen. De Raad oordeelde dat de motivering toereikend was en dat het recht op loonsuppletie op grond van artikel 15, vijfde lid, BBWO, is geëindigd door het wegvallen van arbeidsuren en loon. Ook werd bevestigd dat de minister tijdig had beslist na ingebrekestelling, zodat geen dwangsom verschuldigd was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van loonsuppletie per 5 juli 2012 en wijst het hoger beroep af.