ECLI:NL:CRVB:2015:1994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsnorm zonder bijzondere situatie volgens Verordening WWB
Appellante diende een aanvraag bijstand in en kreeg bijstand toegekend op grond van de norm voor een alleenstaande van 21 jaar. Het college verlaagde de toeslag volgens de geldende Verordening WWB, omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die een afwijking rechtvaardigen.
Appellante stelde in bezwaar en hoger beroep dat zij niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op het advies na bezwaar en dat haar situatie, met ontheffing van sollicitatieplicht en een zorgtraject, bijzondere omstandigheden vormde die een afwijking van de norm rechtvaardigen. De rechtbank en de Raad oordeelden dat de wet geen verplichting tot reactie op het advies bevat en dat de Verordening uitgaat van een categoriale benadering zonder persoonsgerichte beoordeling.
De Raad overwoog dat het college weliswaar de mogelijkheid heeft om in zeer bijzondere situaties af te wijken, maar dat de omstandigheden van appellante, waaronder deeltijdwerk en therapie, niet voldoende zijn om een dergelijke uitzondering te rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstandsnorm zonder afwijking wegens bijzondere situatie.