ECLI:NL:CRVB:2015:2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.F. Bandringa
- S. Hindriks-Roose
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schadevergoeding na gedwongen verkoop woning
Appellante ontving aanvankelijk algemene bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, maar het college keerde dit later terug en vorderde de bijstand terug, wat leidde tot gedwongen verkoop van haar woning. De voorzieningenrechter herroept later het terugvorderingsbesluit, waarna het college bijstand en rente aan appellante terugbetaalde. Het college erkende de schade door de gedwongen verkoop en kende een schadevergoeding toe, die later deels werd verhoogd.
Appellante maakte bezwaar tegen het niet ontvangen van toegezegde schadevergoedingen en vroeg om een nieuw besluit over aanvullende schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, waaronder vermogensverlies, immateriële schade en gederfd inkomen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het nieuwe verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees erop dat het geschil over de uitbetaling een executiegeschil betreft waar de bestuursrechter niet bevoegd voor is.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij recht heeft op een veel hogere schadevergoeding, maar de Raad stelt vast dat het hoger beroep zich beperkt tot procedurele vragen en dat het inhoudelijke geschil over schadevergoeding in een andere procedure aan de orde moet komen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat het bezwaar niet-ontvankelijk is en wijst het hoger beroep af.