Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
DÉCISION
groupe d’assurés.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in maart 2012. Haar echtgenoot ontving vanaf 2007 een AOW-pensioen, maar was niet verzekerd volgens de ANW of de Marokkaanse wettelijke regelingen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het AOW-pensioen recht zou geven op de uitkering en verwees naar haar slechte financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontvangen AOW-pensioen niet leidde tot verplichte verzekering onder de ANW en bevestigde het eerdere oordeel. Tevens wees de Raad erop dat een verzoek tot vrijwillige verzekering postuum was afgewezen zonder dat daartegen beroep was ingesteld.
De Raad bevestigde daarom de weigering van de nabestaandenuitkering en zag geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker, op 24 juni 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering aan appellante.